In één van mijn eerste raadsvergaderingen, nu bijna drie
jaar geleden, was de vraag aan de orde of we opnieuw zouden instemmen met de
opvang van de asielzoekers in de haven. Toen ik namens de VVD ervoor pleitte om
de besluitvorming over de zomervakantie heen te tillen, om alles nog eens goed
te doordenken, werd mij vanuit de raad verweten dat ik er verantwoordelijk voor
was dat vrouwen en kinderen buiten moesten slapen. Op dat moment voel je je toch even aangevallen op je
persoonlijke integriteit. En hoewel ik toch al een tijdje meega in het politieke
bedrijf, voelde ik me op dat moment toch even heel erg alleen staan. Eerlijk
gezegd, ik was er toen ook niet op voorbereid. Ik zou me nu niet meer zo snel
laten verrassen.
Daar moest ik aan terugdenken toen ik in de krant las dat de
buurtbewoners rond de haven serieuze bezwaren hebben tegen de asielopvang in de
zomer. Wethouder Karin van Werven heeft aangegeven met COA in gesprek te willen
over een pilot om ook tijdens de zomer de haven open te stellen voor de opvang
van asielzoekers. Gelet op mijn ervaringen van een paar jaar geleden vond ik het
dapper van de insprekers dat ze hun bezwaren openlijk durfden te uiten vanaf
het katheder in de raadszaal. In een omgeving waar je niet dagelijks komt, het
risico lopen dat de serieuze bezwaren die je hebt, geframed worden als voorstellen
van extreemrechtse signatuur. Veel mensen zouden die beker graag aan zich
voorbij laten gaan. Gelukkig bleek dat mee te vallen. We mogen inmiddels de
feiten onder ogen zien.
Corinne Loenen heeft namens de VVD in de commissie
aangegeven dat het instemmen met een pilot niet meer en niet minder is dan het
introduceren van een permanente situatie. Ze hield de commissie voor dat je dan
in onze ogen de buurt voor de gek houdt. En mensen laten zich niet voor de gek
houden. Ik had het niet beter kunnen verwoorden.
De wethouder zal wat de VVD betreft serieus met de buurt in
gesprek moeten. Ik ga niet over de agenda van de wethouder. Maar als ik in haar
schoenen zou staan, zou ik eerst in gesprek gaan met de buurt, alvorens ik
koffie zou gaan drinken met het COA om de opvang in de zomer te bespreken. De
VVD is van mening dat de gemeenteraad hierin het laatste woord moet hebben. De
wethouder zal haar voornemen dan ook voor een zienswijze aan de raad moeten
voorleggen, alvorens ze definitieve stappen zet.
De positie van de VVD is hierin klip en klaar. Als de
bezwaren van de buurt niet weggenomen kunnen worden en de continuering van de
opvang in de zomer op onvoldoende draagvlak in de buurt kan rekenen, dan is de
voorgenomen “pilot” wat ons betreft een brug te ver.