Toestaan van de sit-in is een uitglijder

Afgelopen woensdag was er een “sit-in” in het gemeentehuis, naar ik heb begrepen. Ik was er zelf niet bij. Ik moest gewoon werken die dag. Maar helemaal verrassend was het niet. De actie was namelijk ook al aangekondigd op Facebook. Daarin werd aangekondigd dat er de komende weken op bepaalde dagen een stille sit-in zou worden georganiseerd op het gemeentehuis uit protest tegen de onmenselijke omstandigheden in de Gaza-regio. Toen ik het las dacht ik wel: “Ik ga er vanuit dat de burgemeester deze actie op deze manier niet gaat toestaan”. Niets bleek echter minder waar. De actie mocht kennelijk gewoon doorgaan en de actievoerders, weliswaar beperkt in getal, werd geen strobreed in de weg gelegd.

Als overheid en als burgemeester moet je niet willen treden in de inhoudelijkheid van protestacties. We hebben in dit land vrijheid van meningsuiting. Ieder protest mag gehoord worden. Als gemeente kun je hooguit beperkingen aanbrengen als de openbare orde in het geding is. En natuurlijk kun je locaties aanwijzen waar het de acties mogen plaatsvinden. En je mag ook weer niet te ver gaan in het beperken daarvan. Kijk naar de protestacties tegen Zwarte Piet in bepaalde gemeenten bijvoorbeeld. Die mochten ook niet te ver van de intocht plaatsvinden. Het protest moet wel gehoord kunnen worden.

Wat je aan de één toestaat, moet je ook aan de ander toestaan. Over de inhoud hoor je geen opvattingen te hebben. Als één of andere motorclub een stille sit-in wil houden in ons gemeentehuis, moet je dat verzoek op een zelfde manier behandelen als de sit-in voor de Gaza regio. Ik moet nog zien of de burgemeester zo ver wil gaan. Ik ben daar geen voorstander van. 

Bovendien is het gemeentehuis hier niet voor bedoeld. Het gemeentehuis hoort een neutrale plek te zijn, waar iedereen zich thuis kan voelen. De politiek hoort beperkt te blijven tot de raadszaal. En zelfs daar hebben we strenge spelregels over welke uitingen wel en niet kunnen. Bovendien is het gemeentehuis de plek waar ambtenaren ongestoord hun werk kunnen doen.

Anderhalf jaar geleden toonde de burgemeester zich nog veel roomser dan de paus. Mijn collega-raadslid Edwin Koning betuigde na de pogroms van 7 oktober 2023 zijn medeleven met de joodse slachtoffers door een sticker met de Israëlische vlag op zijn laptop te plaatsen. De burgemeester heeft hem vriendelijk doch dringend verzocht een dergelijke uiting, die toch uiterst beschaafd genoemd kon worden, in het vervolg achterwege te laten. Ik heb het in het presidium toen nog voor Edwin Koning opgenomen. Over uitingen van het publiek is ons reglement van orde overigens heel duidelijk: dat is niet toegestaan.

Kortom: het is goed dat we iedereen de ruimte geven om te demonstreren en zijn of haar mening kenbaar te maken, uiteraard binnen de kaders van de wet.  Los van de vraag wat we daar zelf van vinden. Wat je de één toestaat, moet je de ander ook toestaan. Het toestaan van een protestactie binnen de muren van het gemeentehuis past daarin niet en zet de deur open voor ongewenste situaties in de toekomst. Buiten het gemeentehuis is er ruimte genoeg om je opvattingen kenbaar te maken. Dat had de burgemeester zich moeten realiseren.

De burgemeester moet bovendien niet de indruk willen wekken dat de Palestijnse kwestie hem meer aan het hart gaat, dan het leed van de slachtoffers van 7 oktober. En ik ben er van overtuigd, dat dat ook geenszins zijn bedoeling is. Toch kan het toestaan van deze actie binnen het gemeentehuis gerust zonder overdrijving de eerste uitglijder van het nieuwe jaar genoemd worden.