Stel je wil in je achtertuin een schuurtje bouwen. Je wil
eindelijk een betere mogelijkheid hebben om de fietsen op te kunnen bergen en
nog wat ruimte overhouden voor de opslag van andere spullen. Misschien droom je
ook nog wel van een bescheiden overkapping. Maar je weet niet zeker of de
regels dit wel toestaan. Dus je gaat voor de zekerheid maar even langs het
gemeentehuis. Ik kan je voorspellen hoe dat gesprek gaat lopen. De gemeente zal
zeggen: “heb je al afspraken gemaakt met je buren? Als jullie er samen uit zijn, kom dan nog
maar eens terug en dan bekijken we wel of dat allemaal mogelijk is volgens de
regels.”
Hier moest ik aan denken toen ik de berichten las over de
plannen die de Gewestelijke Afvalstoffendienst heeft voor het bouwen van een
vestiging met overlaadstation op het Rijsbergenterrein. We kunnen er nu
openlijk over spreken, omdat de informatie, waarop eerder geheimhouding was opgelegd,
toch openbaar gemaakt kan worden. De mensen in de buurt zijn volkomen
overvallen door dit bericht. In de berichten die ik heb gezien spat de
verontwaardiging ervan af.
Als gewone mensen zoals u en ik in onze achtertuin iets
willen, dan moeten we bij wijze van spreken met Jan en Alleman overleggen,
voordat de gemeente überhaupt maar naar onze plannen gaat kijken. Dan is het
toch onbestaanbaar dat de Gewestelijke Afvalstoffendienst en de ontwikkelaar
denken dat ze zonder de buurt hierbij te betrekken een plan bij de gemeente
kunnen neerleggen. Waar is de maatschappelijke antenne gebleven? Of dachten ze
dat als je het maar lang genoeg in de beslotenheid voorbereidt, dat het dan
vanzelf goed komt. En natuurlijk begrijp ik dat wanneer er zakelijke belangen
in het geding zijn, dat je goed moet nadenken wanneer je hiermee in de
openbaarheid treedt.
We hebben het hier over professionele organisaties, die
weten hoe de procedures lopen. En dat niet alleen. Je hebt bovendien je
maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Door in de eigen zakelijke
en ambtelijke bubbel te blijven hangen, dreigen de initiatiefnemers het
vertrouwen van de buurt te verliezen, als dat al niet is gebeurd. De reuring en
de dynamiek die nu is ontstaan hebben ze grotendeels zelf over zich afgeroepen
en dat had voor een groot deel voorkomen kunnen worden. Het is zaak dat de GAD
en de projectontwikkelaar zo snel mogelijk actief met de omwonenden in gesprek
gaan over de voorgenomen ontwikkeling.
Pas als deze gesprekken hebben plaatsgevonden is de gemeente
aan zet. Niet eerder. Wat is het maatschappelijk draagvlak? Passen de plannen
binnen de geldende regels? En welke vrijheid hebben we als gemeente om hier ja of
nee tegen te zeggen? Maar dat is nu nog niet aan de orde.
GAD en projectontwikkelaar zijn aan zet om het geschonden
vertrouwen met de buurt te herstellen. Dat zal een broos traject zijn. Maar ja,
wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.