Afgelopen zaterdag las ik in het Huizer Nieuws een ingezonden brief van een lezeres die verslag deed van de overlast in de Oostermeent. Overlast van fatbikers, vernielingen, onbeschoft en intimiderend gedrag. Je zal maar een hardwerkende ondernemer zijn en er een eer in stellen om naast je drukke werkzaamheden in je schaarse vrije tijd je ook nog eens in te zetten om het winkelcentrum voor ondernemers en winkelend publiek zo aantrekkelijk mogelijk te houden. Je zou denken dat je dan wel op wat steun van de gemeente mag rekenen. Zeker als dezelfde gemeente ook nog eens voor overlast zorgt door werkzaamheden aan de Oost-West as. Ook al is het allemaal hard nodig, ook dat gaat nu eenmaal niet zonder overlast.
Die medewerking van de gemeente lijkt wat tegen te vallen. Als je niet beter wist zou je denken dat er op het gemeentehuis sprake is van onvoldoende urgentiebesef. Er wordt onvoldoende handhavend opgetreden tegen de overlast, zo valt te beluisteren. Dat viel ook wel op te maken uit het relaas van de dappere briefschrijfster. Er schijnen bovendien geruime tijd plannen te zijn om het winkelcentrum al dan niet tijdelijk af te sluiten met beweegbare palen. Maar ook hier wordt onvoldoende resultaat geboekt. Als je al een keer een overlastgevende fatbiker in de kraag wil grijpen, dan is de vogel zo gevlogen.
Ik heb daarom voor het vragenuur van de komende raadsvergadering aan het college de vraag gesteld of ze bereid is om dit dossier bij voorrang op te pakken en om snel in samenspraak met de ondernemers tot concrete resultaten te komen.
Er is nog één winstwaarschuwing. Vorige maand werden vragen voor het vragenuur niet toegelaten door de voorzitter omdat ze onvoldoende urgent zouden zijn. De vragenstellers moesten vier weken wachten op een antwoord. Zo lang kunnen onze ondernemers niet wachten. Onze hardwerkende ondernemers verdienen onze steun. Samen werken we aan een aantrekkelijk winkelcentrum voor ondernemers en winkelend publiek. Mensen die overlast geven moeten keihard worden aangepakt.